
Gerichte N-bemesting appel en peer (afgesloten) De laatste jaren is het stikstofgebruik in de fruitteelt (m.n. in de perenteelt) toegenomen. Hoewel de gebruikte hoeveelheden binnen de gebruiksnormen blijven, kan dit leiden tot een te hoog stikstofgehalte in het grondwater. Een goede, gerichte stikstofbemesting is niet eenvoudig te realiseren. Zowel een te laag als een te hoog niveau heeft consequenties voor o.a. vruchtdracht en vruchtkwaliteit. Een nieuwe analysemethode (N-mineraal) biedt fruittelers meer houvast.
Doelstelling:
- Stimuleren van gerichte stikstofbemesting, die optimaal afgestemd is op de behoefte van het gewas en de grond.
- Demonstreren van de nieuwe N-mineraal methode.
- Fruittelers inzicht geven in de effecten van een te hoog of te laag stikstofniveau op de vruchteigenschappen.
Activiteiten:
- Demoproeven op een demobedrijf: er zijn verschillende niveaus van voorjaarsbemesting, ook in combinatie met organische mest, aangelegd.
- Naast gangbare bodemmonsters worden metingen van het N-mineralengehalte tijdens het seizoen uitgevoerd en worden vruchteigenschappen beoordeeld.
- Een groep telers doet ook N-mineraalanalyses op het bedrijf en vergelijkt deze in bijeenkomsten met het demobedrijf.
Resultaten:
In de demoproef zijn zowel appel als peer verschillende stikstoftrappen aangelegd. Ook het aanvullend gebruik van organische mest is getoetst. De stikstoftrappen waren 0 kg N, 15 kg N en 40 kg N per ha op de strook (maart), al dan niet gecombineerd met overbemestingen in het seizoen en het gebruik van aanvullende kippenmest.
Resultaten appel: Bij de appels was sprake van een 80% drachtniveau. De groei van de bomen was goed onder controle en eerder aan de zwakke kant. Ondanks enorme verschillen in N-mineraalgehaltes konden we nauwelijks verschillen zien in de zetting, vruchtmaat, hardheid of kleuring. Het enigste verschil dat naar voren kwam was dat de stikstofgehaltes in de vruchten bij de 2 laagste N-trappen (0, 15 kg N) duidelijk lager waren. Op dit moment is niet duidelijk of er nog overjarige effecten op de bloemknopvorming te zien zijn. Opvallend was echter dat bij dit groeiniveau er ook geen negatieve effecten optraden bij de zeer hoge stikstoftrappen.
Resultaten peer: Bij de peren wordt over het algemeen meer stikstof bemest dan bij de appels. De groene grondkleur en de vruchtmaat spelen daarbij een grote rol, omdat elk negatief effect op deze 2 factoren zwaar afgestraft wordt in de prijsvorming van het fruit. In de demo zagen we een duidelijk effect op de maatvorming. Er was sprake van een bovengemiddelde dracht. Een bemesting van 40 kg N op de strook gaf grovere vruchten dan de lagere stikstoftrappen. Aanvullende bemesting van stikstof door organische mest en/of overbemesting gaf geen aanvullende verbetering (eventuele overjarige effecten op de bloemknopvorming zijn hierin niet meegenomen). Bij de objecten met zeer hoge stikstofgiften werden ook hier geen negatieve effecten waargenomen. Bij een rustige groei lijkt er ook bij peren geen sprake te zijn van een luxe-consumptie van stikstof.
Conclusies voor de praktijk:
Aangezien de grond waar deze demoproef staat ook van nature stikstof vrijmaakt via de mineralisatie, is dit niet zomaar te vertalen naar andere praktijkbedrijven. Elke bodem heeft namelijk zijn eigen N-karakteristiek. Zo kan het zijn dat je op een zwakkere grond meer stikstof moet bemesten om het optimale resultaat te behalen. Aan de hand van de N-mineraalmetingen gedurende het seizoen in deze demo hebben we wel duidelijke aanwijzingen dat je bij bepaalde N-niveau's geen aanvullende kwaliteitseffecten meer hoeft te verwachten. Deze N-niveau's kun je wel naar andere praktijkbedrijven vertalen. In deze demo kreeg je bij een zomerniveau van N-min van circa 75 kg N per ha (0-30 cm) geen aanvullende positieve kwaliteitseffecten. Een teler op een andere grond kan door middel van een N-mineraalmeting daarom met een redelijke zekerheid vaststellen of een extra bemesting gedurende het seizoen nog positieve effecten te verwachten is. Uit de demo kwam ook naar voren dat het juist de combinatie is van het gebruik van organische mest + overbemestingen die hoge N-minniveau's in november oplevert. Aangezien deze overblijvende stikstof voor een groot gedeelte uitspoelt naar het grondwater, moeten we er juist voor zorgen dat we alleen overbemestingen uit moeten voeren als dit echt noodzakelijk is. Het spaart de teler geld en moeite uit en het is beter voor het milieu. Een N-mineraalanalyse in juni/juli kan daarbij een belangrijk hulpmiddel zijn om de noodzaak van deze bemestingen vast te stellen.
Zie verslag onderaan deze pagina.
Status: Afgesloten, er komt een vervolgdemo in 2007.
Voor meer informatie: Herbert Mombarg
Document: Verslag demo N-bemesting Lami2006.pdf (437 Kb)
|