
Plaagbestrijding met oog voor natuurlijk evenwicht (afgesloten) De geïntegreerde plaagbestrijding maakt gebruik van natuurlijke vijanden van de plaaginsecten in de boomgaard. Dit heeft consequenties voor de bedrijfsvoering. Met studiegroepbijeenkomsten en demo-experimenten worden fruittelers hierin ondersteund.
 |
| Appelbloedluis is één van de plagen die centraal staan in dit project (foto: CAF) |
De afgelopen jaren hebben de appelbloedluis, fruitmot en perenbladvlo behoorlijk veel aantasting veroorzaakt. Zeker nu er de afgelopen jaren veel middelen verdwenen zijn, en recent nieuwe middelen toegelaten zijn, is eronder telers grote behoefte aan meer kennis en aanknopingspunten om deze insecten op een geïntegreerde wijze te beheersen.
Doelstelling:
- Stimuleren van optimaal gebruik van natuurlijke vijanden bij de plaagbestrijding.
- Verminderen van het gebruik van milieubelastende gewasbeschermingsmiddelen en middelen die een negatief effect hebben op het natuurlijk evenwicht.
Activiteiten:
- Studiegroepbijeenkomsten
- Nieuwsbrieven
- Demo-experimenten
Resultaten:
Studiegroep: De studiegroep kende 11 deelnemers (10 bedrijven). In de veldbijeenkomsten van de studiegroep werd aandacht besteed aan de ontwikkelingen van de belangrijkste plaaginsecten tijdens het seizoen. Besproken werden de ontwikkeling van de insecten, waarnemingsmethoden en de optimale bestrijdingswijze met oog voor het natuurlijk evenwicht. Veel aandacht werd ook besteed aan de leefwijze en habitat van de natuurlijke vijanden zoals oorwurmen. Eén van de bijeenkomsten werd gehouden op het waarnemingsperceel fruitmot in Geldermalsen, waar in het kader van een NFO project de fruitmot-ontwikkeling gevolgd werd, gerelateerd aan een nieuwe model. Ook werd de veldbijeenkomst 2 keer gehouden op de demobedrijven (zie b.) Tijdens het seizoen werden de meest actuele ontwikkelingen gemeld per nieuwsbrief (6x).
Demoproeven: Voor de bloedluisbestrijding zijn vergelijkingen gemaakt tussen het nieuwe milieuvriendelijke luizenmiddel Teppeki en het veelgebruikte Pirimor. Pirimor is belastend voor waterleven en bodemleven. Het wordt ook bij metingen in het oppervlaktewater teruggevonden. Daarnaast heeft het een negatief effect op bepaalde sluipwespen (natuurlijke vijand). De werking op appelgrasluis en rose appelluis was beter bij Teppeki. Tegen appelbloedluis was de werking van Teppeki aanvankelijk minder, maar uiteindelijk vergelijkbaar met Pirimor. Dit is een positief resultaat. Het betekent dat Teppeki een (gedeeltelijke) vervanger van Pirimor kan zijn, wanneer toch chemisch ingegrepen moet worden.
De registratie fruitmotvangsten verliep niet helemaal volgens plan. Telers die al met RAK3 (feromoonverwarring) werken konden geen vallen gebruiken, andere werden te laat ingezet of niet gerapporteerd. De wel gedane vangsten correspondeerden met de landelijke vluchten. Uit het PPO-onderzoek en het waarnemingsperceel van het NFO project bleek dit jaar dat het nieuw ontwikkelde model voor fruitmot een goede voorspelling van de ei-leg en de ei-uitkomst kan geven, en dat de actuele periode van bestrijding vrij kort kan zijn. Dit is een vooruitgang.
Op de twee demobedrijven waren in 2005 in het kader van het project “Geïntegreerde plaagbestrijding” oorwormen overgezet van naar een perceel waar die weinig voorkwamen. Dit jaar zijn de oorwormen opnieuw geteld, met slecht resultaat. Het steeds minder aanwezig zijn van oorwormen in de praktijk is nog moeilijk verklaarbaar.
Conclusies:
• De deelnemers gaven aan dat zij door de bijeenkomsten meer handvaten gekregen hebben voor een effectievere bestrijding met oog voor het natuurlijk evenwicht. De kennis over de ontwikkeling van plaaginsecten, de nevenwerking van middelen, en de natuurlijke vijanden is vergroot. Men vindt die kennis goed toepasbaar op het bedrijf. • De demoproeven met Teppeki openen perspectieven voor een (gedeeltelijke) vervanging van Pirimor en daarmee voor een lagere milieubelasting wanneer toch chemisch ingegrepen moet worden. • Registratie van fruitmotvluchten kan vervangen worden door het nieuwe model, waarmee bestrijding tot een kortere periode teruggebracht kan worden. Telers moeten hier nog wel ervaring mee opdoen. • Oorwormen zijn belangrijke natuurlijke vijanden, maar er is nog veel onduidelijk over de factoren die hun aanwezigheid bepalen. Uitzetten heeft weinig zin.
Een volledig verslag van het project kunt u downloaden onderaan deze pagina.
Status: Afgesloten
Voor meer informatie: Herbert Mombarg Document: Eindverslag CAF 22 nov 2006 zonder bijlagen.doc (111 Kb)
|